Skip to main content
Open een rekening

Een inflatiegerelateerde obligatie is een obligatie waarvan zowel de coupons als de hoofdsom gekoppeld zijn aan een Inflatie-index. Doordat de hoofdsom en coupons worden verhoogd bij een stijgende inflatie, bieden inflatiegerelateerde obligaties direct bescherming tegen een stijgende inflatie.

Inflatiegerelateerde obligaties worden ook wel inflation linked bonds, inflatie gelinkte obligaties of simpelweg inflatie obligaties genoemd. Geen tijd om te lezen? Kijk dan onze video.

Hoe werkt een inflatiegerelateerde obligatie?

Bij de meeste inflatiegerelateerde obligaties wordt de hoofdsom geïndexeerd o.b.v. een inflatie-index en wordt de coupon vervolgens berekend volgens een vast reëel rentepercentage. Deze methode wordt kapitaalindexatie genoemd.

Het is ook mogelijk dat de hoofdsom gelijk blijft en de couponbetalingen worden geïndexeerd. Deze methode noemen we coupon indexatie.

Verschil met gewone obligaties

In onderstaand schema is te zien hoe ‘normale’ obligaties zich verhouden tot inflatiegerelateerde obligaties.

Type obligatie Coupon Hoofdsom
Vastrentende obligaties Niet beschermd tegen inflatie Niet beschermd tegen inflatie
Variabel rentende obligaties Beschermd tegen inflatie Niet beschermd tegen inflatie
Inflation-linked obligaties Beschermd tegen inflatie Beschermd tegen inflatie

 

Het gevolg van dit verschil, is dat ‘normale’ obligaties gevoelig zijn voor bewegingen van de nominale rente en inflatiegerelateerde obligaties voor de reële rente.

Renterisico

De waarde van inflation-linked obligaties fluctueert op basis van bewegingen van de reële rente. Hoewel de reële rente minder beweeglijk is dan de nominale rente, blijft dit een risico waar beleggers rekening mee moeten houden.

Beperkte bescherming bij deflatie

Inflatie-obligaties bieden beperkte bescherming in tijden van deflatie. De meeste inflatiegerelateerde obligaties beschikken over een zogenaamde ‘deflation-floor’. Desalniettemin blijft het risico van deflatie aanwezig; ‘oudere’ uitgaves van inflation-linked obligaties hebben namelijk een aanzienlijke inflatie-indexatie opgebouwd.

De enige garantie die een deflation-floor biedt is dat de originele nominale hoofdsom wordt terugbetaald. Eerder opgebouwde inflatie-indexatie is dus niet beschermd tegen (de dreiging van) deflatie. Daarbij geldt de deflation-floor niet voor de couponbetalingen van inflatiegerelateerde obligaties uit de EU.

Inflatiegerelateerde obligaties zullen dus slechter renderen dan staatsobligaties wanneer er sprake is van (dreigende) deflatie, omdat staatsobligaties een betere bescherming bieden tegen deflatie.

Ze presteren ook minder ten opzichte van staatsobligaties wanneer de gerealiseerde inflatie lager uitvalt dan de verwachte inflatie. Wanneer inflatieverwachtingen relatief hooggespannen zijn, dan verwacht de markt dat zij een hoge nominale hoofdsom zullen ontvangen aan het einde van de looptijd.

Valt de inflatie lager uit dan verwacht, dan zullen de opbrengsten dus lager zijn dan ingeprijsd, wat resulteert in een koersdaling.

Regioverdeling

Doordat inflatiegerelateerde obligaties niet door alle landen worden uitgegeven, is de regionale spreiding minder divers dan Europese kredietwaardige staatsobligaties. Onderstaand is de verdeling te zien van de iShares Inflation Linked Bonds Europe ETF.

Land Aantal obligaties Gewicht obligatiewaarde Duration Bijdrage Duration Hoogste Duration Laagste Duration
Frankrijk 15 45 8.73 3.9 27.32 1.26
Italie 11 31 7.56 2.4 17.48 1.78
Duitsland 4 13 10.29 1.3 26.1 3.39
Spanje 6 11 7.31 0.8 13.38 2.01

ishares.com/NL

Uit een rapport van het CPB blijkt dat de markt voor Europese ILB met een duration van langer dan 1 jaar bestaat uit slechts 5 uitgevende overheden (Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en Zweden).

Rol binnen de beleggingsportefeuille

Inflation-linked bonds hebben onderscheidende kenmerken ten opzichte van andere beleggingscategorieën. Door de inflatie-indexatie zijn inflatiegerelateerde obligaties alleen gevoelig voor reële rentebewegingen, terwijl staatsobligaties gevoelig zijn voor de nominale rente (= reële rente + inflatie).

Hierdoor reageren ze anders op bepaalde marktomstandigheden, waardoor diversificatievoordelen optreden.

Wanneer we ons richten op de conjuncturele cyclus, zien we dat inflatiegerelateerde obligaties het best presteren in tijden van afnemende groei en toenemende inflatie. Dit valt in de regel samen met een oververhitte of afkoelende economie.

In deze fases zien we de inflatie vaak toenemen als gevolg van respectievelijk een toenemende vraag en stijgende kosten.
Aandelen presteren daarentegen juist het best in periodes van stijgende groei en dalende inflatie. Inflatiegelinkte obligaties vormen dus met name een goede aanvulling op een portefeuille bestaande uit aandelen.

Slechtere liquiditeit

Het lagere aanbod zorgt ook dat de liquiditeit van ILB lager is dan dat van staatsobligaties. Ook de handel in ILB kent een lagere frequentie dan die van staatsobligaties. Deze lage handelsfrequentie wordt versterkt doordat met name passieve beleggers zoals pensioenfondsen beleggen in ILB.

Vergelijken we de iShares € Inflation Linked Govt Bond UCITS ETF met die van de Lyxor EUR 7-10Y IG ETF in Thomson Reuters, dan zien we een gemiddelde bid/ask spread over de afgelopen 30 dagen van respectievelijk 0,17% en 0,06%.

Rentegevoeligheid inflatiegerelateerde obligaties

Inflatiegerelateerde inflatie hebben een relatief hoge modified duration. Dit impliceert dat de koers van deze obligaties erg gevoelig zijn voor rentebewegingen. Echter, dit is niet het geval. De modified duration van een inflatie obligaties zijn namelijk niet één-op-één vergelijkbaar omdat die van staatsobligaties wordt berekend o.b.v. nominale coupons en de coupons van ILB gecorrigeerd zijn voor inflatie.

Duration zoals wij die kennen bestaat uit de reële duration en de inflatie duration. Voor een inflatiegerelateerde obligatie is de inflatie duration gelijk aan 0. Daarbij is de reële rente minder volatiel is dan de nominale rente.

Hierdoor is de koersbeweeglijkheid van een 10-jarige ILB ongeveer gelijk aan die van 4 tot 5-jarige staatsobligatie.