Skip to main content

Het Nederlandse belastingstelsel ondergaat in de komende jaren aanzienlijke wijzigingen. Een van de meest ingrijpende veranderingen betreft box 3, waarin vermogens zoals spaargeld en beleggingen worden belast. Het kabinet streeft ernaar om vanaf 1 januari 2028 box 3 te hervormen naar een stelsel waarin het werkelijke rendement centraal staat. De precieze vormgeving is nog onderwerp van politieke besluitvorming. In deze blog duiden we de huidige regelgeving, schetsen we wat er volgens de huidige plannen gaat veranderen in het nieuwe box 3-stelsel en reiken we concrete handelingsperspectieven aan, zoals fiscaal aantrekkelijk pensioenbeleggen in box 1.

Let op: De informatie in deze blog is gebaseerd op het wetsvoorstel en de stand van zaken per september 2026. Het wetsvoorstel is nog niet definitief en de precieze vormgeving kan nog wijzigen. Er kunnen dan ook geen rechten aan deze blog worden ontleend. Voor de meest actuele en officiële informatie verwijzen wij je naar de website van de Belastingdienst en Rijksoverheid.

De huidige situatie: box 3 en forfaitaire rendementen

In het huidige belastingstelsel wordt vermogensbelasting geheven op basis van het fictief, ofwel forfaitaire, rendement. De Belastingdienst gaat ervan uit dat een belegger of spaarder een bepaald rendement behaalt, ongeacht het daadwerkelijk behaalde rendement. Deze aanpak kan tot scheve situaties leiden: ook wanneer je in werkelijkheid een lager of zelfs negatief rendement behaalt op je beleggingen, kan het forfaitaire rendement hoger uitvallen.

Wel geldt inmiddels een tegenbewijsregeling. Is je werkelijke rendement lager dan het rendement waarmee de Belastingdienst rekent, dan kun je onder voorwaarden je werkelijke rendement doorgeven. Daarbij wordt gekeken naar het werkelijke rendement op je totale box 3-vermogen.

Voor het belastingjaar 2026 zijn de volgende forfaitaire rendementspercentages vastgesteld:

  • 1,28% op spaargeld;
  • 6,00% op beleggingen en overige bezittingen;
  • 2,70% op schulden.

Vervolgens wordt het berekende forfaitaire rendement belast tegen een tarief van 36%. Hoewel dit systeem administratief overzichtelijk is, staat het al langere tijd onder druk. In meerdere rechtszaken is geoordeeld dat het huidige systeem onrechtvaardig uitpakt, met als gevolg dat de overheid zich genoodzaakt ziet om tot hervorming over te gaan.

Overgangsperiode 2026-2027

In aanloop naar de invoering van het nieuwe stelsel blijft het huidige box 3-systeem met forfaitaire rendementen van kracht. Wel worden de bedragen en percentages jaarlijks aangepast.

Voor 2026 bedraagt het heffingsvrije vermogen € 59.357 per persoon. Voor beleggingen en andere overige bezittingen geldt in 2026 een forfaitair rendement van 6,00%. De definitieve cijfers voor toekomstige jaren worden jaarlijks vastgesteld via het Belastingplan.

Het nieuwe box 3-stelsel per 2028: belasting op werkelijk rendement

Het kabinet streeft ernaar om vanaf 1 januari 2028 box 3 te hervormen tot een stelsel waarbij het werkelijke rendement leidend is voor de belastingheffing. Deze wijziging volgt uit het wetsvoorstel "Wet werkelijk rendement box 3", dat op 19 mei 2025 is aangeboden aan de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 12 februari 2026 aangenomen. De Eerste Kamer heeft het voorstel inmiddels plenair behandeld, maar er is nog niet over het wetsvoorstel gestemd. Het huidige wetsvoorstel blijft vooralsnog de basis voor het nieuwe box 3-stelsel, al onderzoekt het kabinet nog mogelijke aanpassingen. De beoogde invoeringsdatum blijft 1 januari 2028.

In het voorgestelde systeem wordt belasting geheven over het werkelijke rendement uit vermogen, waaronder bijvoorbeeld:

  • rente op spaartegoeden;
  • dividenden;
  • huurinkomsten;
  • waardeveranderingen van vermogensbestanddelen (zoals koerswinsten op beleggingen). 

Kosten die direct samenhangen met het behalen van rendement kunnen onder voorwaarden in mindering worden gebracht. Daarnaast worden in het voorgestelde stelsel niet alleen directe inkomsten zoals rente en dividend belast, maar ook waardeveranderingen van veel vermogensbestanddelen. Voor beleggingen betekent dit dat ook niet-gerealiseerde koerswinsten in beginsel kunnen meetellen.

Voor sommige vermogensbestanddelen gelden afwijkende regels. Zo wordt in het huidige wetsvoorstel voor bepaalde bezittingen uitgegaan van belastingheffing op het moment dat de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

Voorbeeld: box 3-belasting 2028

Stel: je hebt een belegd vermogen van €100.000. Als dit vermogen in een jaar met 8% stijgt en dit rendement bestaat uit dividend en waardestijging, dan bedraagt je werkelijke rendement € 8.000.

Vervolgens wordt volgens de regels van het nieuwe stelsel bepaald welk deel daarvan daadwerkelijk belast wordt. Daarbij kunnen bijvoorbeeld vrijstellingen, aftrekbare kosten en andere regels een rol spelen.

Behaal je slechts 1% rendement, dan wordt dus alleen € 1.000 belast. En behaal je in een jaar een negatief rendement, dan leidt dit volgens het voorgestelde stelsel tot een lager belastbaar rendement. De precieze regels voor verliesverrekening worden nog uitgewerkt.

Hoewel het principe eenvoudig klinkt, zal de praktijk complexer worden. Vermogensbezitters moeten gedetailleerd hun rendementen en mutaties bijhouden. Banken en vermogensbeheerders zullen deels verplicht worden om gegevens aan te leveren, maar eigen administratie blijft noodzakelijk.

Let op: het wetsvoorstel gaat momenteel uit van een tarief van 36%, maar dit percentage kan nog wijzigen voordat het nieuwe stelsel definitief wordt ingevoerd.

Hoe kun je als belegger anticiperen? Kijk naar pensioenbeleggen in box 1

De voorgenomen veranderingen in box 3 kunnen aanleiding zijn om opnieuw naar de verdeling van je vermogen te kijken. Heb je een pensioentekort en jaarruimte of reserveringsruimte? Dan kan pensioenbeleggen in box 1 fiscaal aantrekkelijk zijn.

Binnen deze fiscale categorie bouw je vermogen op voor later. Je inleg kan, binnen je beschikbare jaarruimte en reserveringsruimte, aftrekbaar zijn van je belastbare inkomen. Bovendien telt het vermogen op een kwalificerende pensioenrekening niet mee als vermogen in box 3.

Voordelen van beleggen in box 1

  • Je inleg is fiscaal aftrekbaar tot aan de jaarruimte, wat direct belastingvoordeel oplevert.
  • Het opgebouwde vermogen telt niet mee voor de vermogensrendementsheffing in box 3.
  • Belastingheffing vindt pas plaats bij uitkering – doorgaans na pensionering, wanneer het tarief vaak lager is.
  • Dankzij de Wet toekomst pensioenen, die sinds 2023 van kracht is, is de jaarruimte verhoogd naar 30% van de pensioengrondslag. Daardoor is er meer ruimte om fiscaal gunstig te sparen voor later.

Het combineren van reguliere beleggingen met pensioenbeleggen biedt niet alleen een betere risicospreiding, maar ook optimalisatie van je fiscale positie.

Strategische tip: benut je jaarruimte

Met de naderende invoering van het nieuwe box 3-stelsel is dit hét moment om in actie te komen. Door nu al extra te storten op je pensioenrekening bij Axento kun je profiteren van dubbele voordelen: je verlaagt je vermogen in box 3 én je bouwt fiscaal voordelig pensioenvermogen op in box 1.

Je kunt met de rekentool van Axento eenvoudig berekenen hoeveel jaarruimte je hebt. Deze jaarruimte kun je benutten voor een extra storting vóór het einde van het jaar. Daarmee verklein je het belastbare vermogen in box 3 én versterk je je financiële positie voor de toekomst.

Tip: vergeet ook je reserveringsruimte niet!

Veelgestelde vragen over box 3 in 2028

Wanneer gaat het nieuwe box 3-stelsel in?

Het kabinet streeft naar invoering per 1 januari 2028. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel inmiddels aangenomen, maar het wetgevingsproces is nog niet afgerond. De uiteindelijke invoeringsdatum en precieze regels kunnen daarom nog wijzigen.

Hoe verschilt pensioenbeleggen in box 1 van regulier beleggen in box 3?

Bij pensioenbeleggen beleg je met fiscaal voordeel, en betaal je pas belasting bij uitkering. Het opgebouwde vermogen wordt niet belast in box 3, terwijl je bij vrij beleggen jaarlijks belasting betaalt over (fictieve of werkelijke) rendementen.

Je kunt beleggen in box 1 en box 3 bij Axento eenvoudig combineren. Meer weten? Plan vandaag nog een gratis adviesgesprek met een van onze beleggingsadviseurs en ontdek de mogelijkheden.

Conclusie

De voorgenomen hervorming van box 3 kan vanaf 2028 grote gevolgen hebben voor particuliere beleggers. Waar de belastingdruk nu nog gebaseerd is op fictieve rendementen, zal deze in de toekomst afhankelijk zijn van werkelijk behaalde resultaten. Dit creëert enerzijds kansen voor een eerlijker en toekomstbestendig systeem, maar anderzijds ook risico’s op een hogere belastingdruk bij bovengemiddeld rendement.

Door (een deel van) je vermogen fiscaal gunstig onder te brengen in het pensioenproduct van Axento, kun je proactief inspelen op deze veranderingen. Zo verlaag je je belastbare box 3-vermogen én benut je optimaal de verhoogde jaarruimte onder de nieuwe pensioenwet.

Weten wat dit concreet voor jou betekent? Download onze gratis pensioenbrochure of plan een vrijblijvend adviesgesprek in met een van onze beleggingsadviseurs.

Plan gratis gesprek